|
Voor keuzes van de vragen en de indeling van de spiegel zijn we uit gegaan van de belangrijke kenmerken van een duurzaam gemeentelijk beleid. Een lokaal beleid, gericht op duurzame ontwikkeling
a/ streeft naar een evenwicht tussen sociale, ecologische en economische doelstellingen b/ richt zich op de lange termijn c/ houdt rekening met mondiale effecten d/ en zet –om dit te bereiken- een participatief proces op. 1. Streven naar een evenwicht tussen sociale, ecologische en economische doelstellingen Een duurzaam lokaal beleid vertrekt van een geïntegreerde benadering van het beleid, waarbij duurzame ontwikkeling domeinoverschrijdend wordt ingevuld. Dit betekent in de eerste plaats dat er in alle (beleids)domeinen, ook bijvoorbeeld onderwijs, sport of recreatie rekening wordt gehouden met de sociale, de ecologische en de economische gevolgen. Duurzame ontwikkeling is een principe dat alle gemeentelijke diensten overbrugt, waaraan schepenen, diensten en andere lokale instanties hun beslissingen of acties toetsen.
Ook de verschillende thematische modules hebben een geïntegreerde invulling. Zo vind je bij de ‘milieu’ thema’s ook sociale vragen, bij het thema energie en klimaat staan bijvoorbeeld vragen over energiearmoede. Uiteraard staan bij sociale thema’s ook vragen rond ecologie en milieu. Zo hopen we dat de spiegel adviesraden bijstaat om ‘over het muurtje’ te leren kijken.
2. Zich richten op de lange termijn Duurzame ontwikkeling houdt in dat bij het nemen van beslissingen ook rekening gehouden wordt met de toekomstige generaties en niet enkel met de onmiddellijke effecten.
3. Rekening houden met de mondiale effecten Ook lokale beslissingen hebben een effect op het Zuiden. Een goed milieubeleid vermindert onze milieugebruiksruimte in het Zuiden.
4. Samenwerking tussen verschillende betrokkenen Een duurzaam gemeentelijk beleid geeft prioritaire aandacht aan het proces en in het bijzonder aan participatie. Participatie houdt in dat de communicatiestromen niet louter van boven naar beneden lopen, maar dat er tweerichtingsverkeer is. Hierbij neemt de overheid een eerder regisserende en minder sturende rol op zich, om ruimte te geven aan de lokale betrokkenen en individuele burgers. Burgers, adviesraden, verenigingen en andere partners dienen in een vroeg stadium van planning en op een gelijkwaardige basis betrokken te worden. Omgekeerd nemen deze burgers en verenigingen hun verantwoordelijkheid op voor een duurzame ontwikkeling.
|
|
|
|
|